Periodeonderwijs

Periodeonderwijs? Wat is dat eigenlijk?

Iedere schooldag begint met een blok van twee lesuren, waarin één vak drie weken lang centraal staat. Meestal wordt het door je mentor gegeven. Zo’n periode kan over allerlei vakken gaan: wiskunde, sterrenkunde, geschiedenis, Nederlands, aardrijkskunde of biologie… Dankzij periodeonderwijs is het mogelijk je meer te verdiepen en een vak beter te begrijpen. Saai, drie weken lang over hetzelfde onderwerp? Welnee! Omdat je een onderwerp van verschillende kanten bekijkt, is het juist heel afwisselend.

Periodeschrift

In de periode verwerk je de lesstof helemaal zelf: er komen zelden lesboeken aan te pas. In je periodeschrift beschrijf je wat je geleerd hebt, je maakt er tekeningen bij, je schrijft verslagen van wat er is gedaan en je maakt er opdrachten in. Zo creëer je je eigen lesboek. En omdat je dit helemaal zelf hebt gemaakt, ken je de lesstof al behoorlijk goed als je moet gaan leren voor een proefwerk!

Na dit periodeonderwijs beginnen de ‘gewone’ vakken zoals Nederlands, Engels, wiskunde, etcetera, waarvoor vaak wél lesboeken worden gebruikt en waarvoor verslagen, werkstukken en presentaties ook digitaal kunnen worden gemaakt.